Olympiastadion,
Berlin
Bezocht
op: 23/08/2008
Bundesliga: Hertha BSC Berlin – DSC
Arminia Bielefeld 1-1
Toeschouwers: 36.302
“Der Star ist das Stadion” titelde het blad Stadionwelt
vier jaar geleden toen het gerenoveerde Olympiastadion in
Berlijn na meer dan 3 jaar verbouwingswerken eindelijk werd
opgeleverd.
Zelf bezocht ik het stadion op een koude zaterdagmiddag begin
2001 toen de renovatiewerken pas waren aangevat. Niet tegenstaande
indrukwekkend van gestalte maakte het stadion toen een beetje
een verouderde en uitgebluste indruk op me onder de schrale
winterzon.
Had de Eerste Wereldoorlog geen roet in het eten gestrooid
dan was Berlijn al in 1916 gastheer geweest voor de Olympische
Spelen. Op de plaats van het huidige stadion in de wijk Charlottenburg
bouwde architect Otto March begin vorige eeuw het “Deutsches
Stadion”. Helaas voor March werden die Spelen wegens
de Eerste Wereldoorlog geannuleerd. Toen de Duitse hoofdstad
2 decennia later opnieuw de Olympische Spelen kreeg toegewezen,
speelde men in Berlijn aanvankelijk met de gedachte om Marchs
20 jaar oude stadion te renoveren en uit te breiden. Het “Deutsches
Stadion” zou alsnog de Spelen verwelkomen, ware het
niet dat men binnen de nazi partij NSDAP andere stadionplannen
koesterde. De nazi’s zagen in de Spelen hun kans schoon
om in plaats van het Olympische het eigen gedachtegoed te
propageren. “Deutschland erhält eine Sportstätte,
die ihresgleichen in der Welt sucht” blokletterde de
schrijvende pers toen de plannen van de nieuwe arena werden
bekend gemaakt. De hele wereld zou opkijken naar dit staaltje
stadionarchitectuur.
Werner March kreeg samen met zijn broer Walter de opdracht
om een stadion te ontwerpen met plaats voor minstens 100.000
mensen. De zonen van Otto March moesten de nieuwe arena laten
verrijzen op de plaats van het vroegere stadion dat hun vader
had gebouwd. Het stadion moest niet alleen dienst doen voor
de Olympische Spelen van 1936 maar ook voor alle hierop volgende
edities van het vierjaarlijkse sportfestijn. Eens Nazi-Duitsland
Europa en de rest van de wereld zou veroverd hebben zouden
de Spelen enkel nog in de hoofdstad van het Duitse Rijk plaatsvinden…
Het “Olympiastadion im Reichssportfeld”, zoals
het stadion tijdens het nazibewind officieel heette, zou in
werkelijkheid de kaap van 100.000 plaatsen nooit ronden. Bij
de opening in 1936 boden de tribunes “slechts”
plaats aan 96.200 toeschouwers waarvan er 63.200 konden zitten.
Het stadion zal dankzij de Olympische “nazi”
Spelen van 1936 tot in de eeuwigheid geassocieerd blijven
met dictatuur en propaganda. Voor de bouw van het Olympiastadion
werd vanuit het ganse Duitse Rijk kalksteen aangevoerd. De
keuze voor kalksteen was niet toevallig omdat het natuursteenmateriaal
de door het nationaalsocialisme gepropageerde waarden van
eigenheid, eenvoud, duurzaamheid, resistentie, grootte en
macht moest benadrukken. (Thomas Schmidt). Meer dan 2600 arbeiders
van 500 verschillende bouwfirma’s waren dag en nacht
in de weer om het stadion tijdig klaar te krijgen voor de
officiële opening op 1 augustus 1936.
Zoals de oorspronkelijke naam van het stadion doet vermoeden
maakte het Olympiastadion deel uit van een geheel van sportvelden.
Naast het Olympische voetbal- en atletiekstadion verrezen
op het “Reichssportfeld” onder andere ook een
hockeystadion, een openlucht zwembad en het indrukwekkend
grote (290 x 375 m) “Meiveld” met klokkentoren.
Overal in en rond het stadion blijft ook vandaag nog de invloed
van de NSDAP ideologie merkbaar. Zo is de zuilengalerij aan
de buitenkant van het stadion een ideetje van niemand minder
dan Adolf Hitler. De Führer wilde een zuilenring, zette
zijn huisarchitect Albert Speer aan het werk en kreeg een
–niet eens onaardige- zuilenring. Ook de controversiële
“Arische” standbeelden buiten het stadion getuigen
van een minder fraaie gedachtegang in het verleden.
De officiële opening van het stadion viel samen met
die van de beruchte Spelen van 1936. De eerste voetbalinterland
ging tussen Duitsland en de politiek verwante Italianen. Na
de Spelen zou het stadion in gebruik blijven voor voetbal-,
atletiek- en bokswedstrijden. Ondanks de officiële capaciteit
van 96.200 plaatsen werd op 20 juni 1937 een record bezoekersaantal
van 101.000 genoteerd tijdens de finale van het Duitse voetbalkampioenschap
tussen Schalke 04 en 1. FC Nürnberg. De huidige bespeler
van het stadion, Hertha BSC, nam pas in 1963 zijn intrek in
het Olympiastadion. Bij thuiswedstrijden van “de oude
dame” worden de tribunes van het immense stadion doorgaans
slechts voor de helft gevuld. Hoogtepunten voor de club op
de huidige locatie waren de halve finale van de UEFA Cup in
1979 en de Champions League campagne tijdens het seizoen 1999-2000.
De finale van de Duitse beker die sinds 1985 jaarlijks in
Berlijn wordt gespeeld speelde de Herthanen nog nooit in eigen
huis.
In de loop van zijn meer dan 70-jarig bestaan onderging het
Olympisch Stadion verschillende aanpassingswerken. Zo moesten
lichtmasten vanaf 1967 ook avondwedstrijden mogelijk maken
en werd met het oog op de WK-eindronde van 1974 een deel van
de hoofdtribune overdekt. Tegen de wil van architect Werner
March kon een deel van de toeschouwers voortaan de wedstrijden
overdekt bijwonen onder een constructie van plexiglas. De
meest ingrijpende wijzigingen aan het stadion vonden vele
jaren later plaats nadat Duitsland de organisatie van het
WK voetbal 2006 had toegewezen gekregen. Berlijn werd niet
enkel tot gaststad maar ook tot finalestad verkozen door de
WK organisatiekommissie. De renovatie van het Olympiastadion
zou het duurste WK stadionproject in Duitsland worden. Het
neoklassieke stadion, als belangrijkste massasportstadion
van begin vorige eeuw een beschermde status genietend, diende
met veel zorg en gevoel voor authenticiteit gerenoveerd te
worden. Omwille van die beschermde status werden bijvoorbeeld
ook de lichtmasten in 1967 niet in maar buiten het stadion
geplaatst.
Nadat in het jaar 2000 aan de kant van de 25 meter brede
marathonpoort de renovatiewerken werden opgestart, werden
alle tribunes in wijzerzin in een nieuw jasje gestoken en
overdekt. Net zoals in de jaren 30’ van vorige eeuw
werden voor de restauratie van de buitengevel kalksteenblokken
aangevoerd vanuit de steengroeven van Kelheim en het Altmühltal
in Beieren. De totale restauratie en renovatie van het stadion
zou uiteindelijk meer dan 240 miljoen euro kosten! Enkel de
kosten van het dak, op 20 palen gemonteerd 45 meter boven
het speelveld, bedroegen al een slordige 26 miljoen euro.
Bij zijn oplevering in 2004 telde het stadion 75.000 overdekte
zitplaatsen waaronder 5.400 plaatsen in 98 loges, 15 skyboxen
en 4.500 business seats. Bij avondwedstrijden zou het speelveld
voortaan verlicht worden door 5.312 schijnwerpers die in de
dakrand werden ingebouwd. Voor het bijhouden van de score
en herhalingen van de belangrijkste speelfasen werd gedacht
aan 2 immense scoreborden van resp. 60 m² en 140 m².
Het meest karakteristieke aan het stadion werd de 400 meter
lange blauwe atletiekpiste.
Vanuit het centrum van de stad neem ik de U-Bahn richting
Charlottenburg. Net als gisterenavond na de wedstrijd tegen
Union wordt het rijtuig ook nu gevuld met een bierwalm die
– ter verduidelijking- niet van mij afkomstig is maar
van het aanwezige Hertha-legioen. Zoals meestal rond Bundesliga
wedstrijden is de sfeer op weg naar het stadion gemoedelijk.
De zwaar bepantserde oproeragenten die tegenover mij plaatsnemen
zijn dan ook totaal overbodig. Omdat de wervingsdienst van
de Berlijnse politie duidelijk oog heeft voor vrouwelijk schoon
stoor ik mij niet echt aan hun aanwezigheid. Wanneer ik de
halte “Olympiastadion” heb bereikt lijkt het alsof
ik op weg ben naar een houseparty in plaats van naar een voetbalwedstrijd.
Aan de uitgang van de U-bahn dreunt oerharde housemuziek uit
de luidsprekers.
Er staat vanmiddag in Charlottenburg wel degelijk voetbal
op het programma. Voor haar eerste thuiswedstrijd van het
seizoen ontvangt oude dame Hertha het bescheiden DSC Arminia
Bielefeld. Hoewel Hertha BSC Berlin wereldwijd bekend staat
als de grootste club van de Duitse hoofdstad mogen de Berlijners
pas sinds het laatste decennium als vaste waarde in de Bundesliga
worden beschouwd. De club werd in 1892 opgericht door 2 broertjes
die voor de naamkeuze, hoewel Hertha de naam is van een Germaanse
vruchtbaarheidsgodin, hun inspiratie niet haalden in de Germaanse
mythologie maar wel bij het stoomschip waarop hun vader voer.
Het schip in kwestie, de “Hertha”, was blauw wit
gestreept wat meteen de clubkleuren van Hertha BSC verklaart.
Door financiële malaise en allerhande schandalen pendelde
de club sinds de oprichting van de Bundesliga vaak tussen
de 3 hoogste reeksen van het Duitse voetbal. In het seizoen
1988-89 werden de dagen van het amateurvoetbal door het eerste
elftal definitief vaarwel gezegd toen het promoveerde naar
de 2e Bundesliga. Sinds de promotie naar de Bundesliga in
1997 speelt de club onophoudelijk op het hoogste niveau. Hoewel
het palmares van de club zich beperkt tot 2 gewonnen landskampioenschappen
in lang vervlogen tijden (1930 en 1931) en tot 2 ligabekers
in meer recente tijden (2001 en 2002) kunnen ze in Berlijn
uitpakken met een record: nooit trok een Bundesligawedstrijd
meer mensen dan die tussen Hertha BSC en 1. FC Köln in
1968. Het Olympiastadion stroomde toen vol met 88.000 mensen
die de rentree van Hertha wilden meemaken op het hoogste niveau.
Ook de bezoekers van vandaag kunnen pochen met een record.
De club die haar naam dankt aan Germaans veldheer Arminius
promoveerde sinds de oprichting van de Bundesliga maar liefst
7 keer naar het hoogste niveau waaruit ze ook 6 keer opnieuw
terug degradeerde. Een ongeëvenaard dubbelrecord bij
onze oosterburen. De laatste promotie dateert van 2004 en
als de ploeg er zich dit seizoen kan handhaven dan evenaart
ze een clubrecord: Arminia speelde nooit langer dan 5 opeenvolgende
seizoenen in de Bundesliga!
Hoe meer ik het stadion nader, hoe groter en indrukwekkender
de zee van blauw en wit wordt. Ik voeg me bij één
van de lange rijen aan de loketten en koop een ticket voor
het “Langnese Fanblock”, een vak naast de spionkop.
Het Olympiastadion is werkelijk prachtig en ziet er na de
grondige facelift veel aanlokkelijker uit dan bij mijn vorige
bezoek dik 7 jaar geleden. Ik koop een wedstrijdmagazine bij
een knappe verkoopster van Turkse origine en haast me naar
een mobiele fanshop voor de rituele aankoop van een pin. Om
hun fans zeker niet te beknotten in hun winkeldrang hebben
ze er in Berlijn niets beters op gevonden dan een mobiele
geldautomaat te plaatsen naast de fanshop. Commercie troef!
Mijn volgende halte is één van de talloze bierkraampjes.
Ik heb de keuze tussen een grote en een kleine Carlsberg en
ga voor “ein kleines Bier” van een halve liter.
Onder een “groot bier” verstaan ze bij Hertha
een bier van een liter! Op zoek naar mijn zitplaats merk ik
dat ik in een rookvrij blok zit. Geen bewuste keuze maar als
niet-roker mooi meegenomen. Terwijl de fans opgewarmd worden
met bekende Hertha-hits als “Nur nach Hause” en
“Ha-Ho-He Hertha BSC!” neem ik het prachtige stadion
in me op.
Het stadion is half gevuld wanneer de helden de arena betreden.
Zowel Hertha Berlin als de bezoekers van Arminia Bielefeld
zijn vorige week als traditioneel slechte starters uitstekend
aan het nieuwe seizoen begonnen. De Berliners gingen met 0-2
zegevieren in Frankfurt terwijl Bielefeld in eigen huis in
extremis een 0-2 achterstand kon rechttrekken tegen titelkandidaat
Werder Bremen. Twee keer stond toen superspits Wichniarek
aan het kanon.
Voor het eerste gevaar vandaag zorgt een Servisch duo. Na
8 minuten bedient enfant terrible Marko Pantelic voor de thuisclub
vanop rechts zijn landgenoot Kacar die oog in oog met doelman
Eilhoff evenwel vergeet te scoren. Even over het half uur
is het dan toch raak wanneer één van de doelpuntenmakers
van vorige week, Patrick Ebert, de bal aan de rand van de
11 meter verovert en met een klasse pass Pantelic bedient.
Deze laatste bezit meer zelfbeheersing dan zijn landgenoot
en vloert met een enig mooie lob de Bielefelder goalie. Het
Olympiastadion gaat voor het eerst dit seizoen uit de bol.
De feestvreugde is echter van korte duur. Wanneer de Zwitser
Lustenberger 5 minuten na het openingsdoelpunt een uittrap
van Arminia-doelman Eilhoff ongelukkig met het hoofd verlengt,
gaat centrale verdediger Kaká met de billen bloot en
kan Arthur Wichniarek Hertha-keeper Drobny omspelen en de
bordjes opnieuw in evenwicht hangen. Voor Wichniarek meteen
het derde doelpunt in de nog prille competitie. De tweede
helft start veelbelovend met een actie van thuisspelers Ebert,
Pantelic en Rafael maar het is alweer doelman Eilhoff die
zijn club behoedt voor een nieuwe achterstand. Helaas voor
de toeschouwers is deze knappe actie ook het enige noemenswaardige
feit in een voor de rest saaie tweede helft. In de laatste
minuut van de wedstrijd wordt de Pool Wichniarek nog door
trainer Frontzeck naar de kant geroepen voor een verdiende
applausvervanging. In Bielefeld vinden ze hun start met 2
gelijke spelen geslaagd terwijl ze bij Hertha na hun puike
start in Frankfurt toch liever een 6 op 6 hadden gezien.
Na de wedstrijd neem ik nog rustig de tijd om het stadion
langs de binnen- en de buitenkant te bewonderen. Aan de marathonpoort
is het zowaar aanschuiven achter andere groundhoppers om foto’s
te kunnen maken van de Olympische erelijst. Terwijl in het
Olympisch openluchtbad enkele sportievelingen baantjes trekken
en in de geïmproviseerde “Biergarten” naast
het stadion nog tientallen mensen van hun biertje genieten
duik ik terug de U-Bahn in om op tijd terug zijn in mijn hotelkamer
zodat ik alles nog eens samengevat terug kan zien op televisie.

Bronnen:
„Der Star ist das Stadion“. SCHULTE Andreas in
Stadionwelt N° 4, September 2004
„Europese Voetbalstadions“. HEATLEY Michael,
uitg. Atrium
„Geheimnisse einer Arena“. SKRETNY Werner, in
Das grosse Buch der deutschen Fussball-Stadien.
„Simunic-Ärger! Spieler jubeln gegen Favre“.
FEINDT Henning, HOFFMANN Rainer & LAMPRECHT Roberto in
BILD am Sonntag, 24/08/08
„Voetbal Tempels“. SPAMPINATO Angelo, uitg. Tectum
„Wir Herthaner“. Heft 1 Saison 08/09, 2. Spieltag
„Arminia Bielefeld“. Wikipedia
|