Constant Vanden Stockstadion, Anderlecht
Bezocht op 25/02/2010
Europa League 1/16 finale: RSC Anderlecht – Athletic Club Bilbao 4-0
Toeschouwers: 21.000

De Royal Sporting Club Anderlecht zal wellicht nooit m’n persoonlijke top-10 van favoriete Belgische clubs binnensluipen. De weinige keren dat ik een thuiswedstrijd van de Brusselse club bezocht, gebeurde dat vanuit het bezoekende vak. De Belgische recordkampioen is in eigen land een hoge boom en die vangen nu eenmaal veel wind. Je bent “voor” of je bent “tegen” en ik geef toe, ik ben “tegen”.
Internationaal gelden evenwel andere wetten: het uithangbord van het Belgisch clubvoetbal vergleed de voorbije decennia langzaam richting Europese middenmoot terwijl ikzelf in Europese competities iedere Belgische club liefdevol in de armen sluit, tenzij de tegenstander Bohemian FC of 1. FC Köln heet. Toen een vriend die werkzaam is bij een Amerikaanse autogigant me enkele weken geleden vroeg of ik geïnteresseerd was in een Europees VIP-avondje in het Astridpark aarzelde ik dan ook geen moment.

Hoewel het voetbal dat paarswit op de mat legt in eigen land vaak het etiket “champagnevoetbal” krijgt opgekleefd, is het toch een andere godendrank die onrechtstreeks een bepalende rol heeft gespeeld doorheen de geschiedenis van de club. Misschien was het een omen dat de Royal Sporting Club Anderlecht in 1908 boven de doopvont werd gehouden in café Concordia bij het nuttigen van een lokaal biertje. Feit is dat de vereniging uit het westen van de hoofdstad haar nationale en internationale successen voor een groot deel te danken heeft aan het mecenaat van het brouwersgeslacht Vanden Stock. Onder bewind van vader Constant (° 1914 + 2008) kende RSC Anderlecht zijn grootste internationale successen. Constant Vanden Stock speelde al op 10-jarige leeftijd bij paarswit waar hij het begin jaren ’30 van vorige eeuw zelfs zou schoppen tot de eerste ploeg. Na een tijdje gezeteld te hebben in het bestuur volgde Vanden Stock in 1971 Albert Roosens op als voorzitter van de grootste club van het land. Onder zijn 25-jarig bewind eigenden de “mauves” zich een voortrekkersrol toe in het Belgisch voetbal. Tijdens de jaren 1970 en 1980 werd RSC Anderlecht niet enkel nationaal maar ook internationaal een te duchten tegenstander waartegen vaak geen kruid gewassen was. Toen Monsieur Constant begin jaren ’80 manager Michel Verschueren aanstelde als zijn rechterhand ging er voor de club en bij uitbreiding voor het hele Belgische voetbal een nieuw tijdperk van start. Voetbal werd steeds meer business en Anderlecht plukte daar als eerste Belgische club de vruchten van. Onder andere door het arrest Bosman en het intreden van de televisiegelden moesten de Belgische voetbalclubs en dus ook Anderlecht eind vorige eeuw de Europese rol lossen. In 1996 gaf Constant de voorzittersfakkel door aan zijn zoon Roger die vandaag nog steeds aan het hoofd staat. Tijdens zijn laatste levensjaren kwam de oude voorzitter onder vuur te liggen na beschuldigingen van scheidsrechtersbeïnvloeding tijdens de Europese halve finale tegen Nottingham Forest in 1984. Met het overlijden van Constant Vanden Stock op 19 april 2008 verloor het Belgisch voetbal één van z’n vaandeldragers.

Ook al is RSC Anderlecht de grootste en meest succesvolle club van de hoofdstad, de oudste is de vereniging met stamnummer 35 zeker niet. Toen paarswit het levenslicht zag werd er in Brussel reeds tegen een balletje getrapt bij clubs als ARC, Léopold Club, Racing Bruxelles, Daring en Union Saint-Gilloise. Het waren voornamelijk de laatste drie die voor Wereldoorlog II de Brusselse eer hoog hielden in de vaderlandse competitie en zich gesteund wisten door een fanatieke aanhang. Dankzij de inspanningen van Émile Versé, lang voor Constant Vanden Stock de eerste grote mecenas van de club, kon Anderlecht zich in 1935 definitief op het hoogste niveau van het Belgisch voetbal nestelen. Op de eerste trofeeën bleef het wachten tot na de grote wereldbrand maar de trein die onder het bewind van voorzitter Théo Verbeeck op de rails werd gezet is meer dan 60 jaar later nog steeds niet uitgebold. Royal Sporting Club Anderlecht speelde sinds 1947 maar liefst 29 keer kampioen en veroverde 9 nationale bekers. Europees lag het zwaartepunt van de Brusselaars in de jaren ’70 en ’80 van vorige eeuw. De beker met de grote oren ontbreekt helaas in de trofeeënkast maar naast 2 Bekers der Bekerwinnaars (1976 en 1978) en één UEFA-beker (1983) blinken ook 2 Europese Supercups (1976 en 1978). Er waren verder ook een aantal Europese ereplaatsen weggelegd voor paarswit. De Beker der Jaarbeurssteden werd in 1970 net niet gewonnen tegen Arsenal terwijl 14 jaar later een andere Londense club, Tottenham Hotspur, in de finale beschikte over de betere strafschopnemers. Z’n laatste Europese finale verloor Anderlecht in 1990 tegen Sampdoria Genua.

Met de komst van Dick Advocaat als bondscoach en de sterke prestaties van onze clubs in Europa dit seizoen is de hoop in de Belgische voetbalharten de laatste maanden weer enigszins opgelaaid. We zijn eind februari, de sneeuw is eindelijk gesmolten en ons land telt zowaar nog 3 vertegenwoordigers op het Europese toneel. Meer nog, met de overwinningen van Standard en Club Brugge een week geleden in hun heenwedstrijden tegen resp. RB Salzburg en Valencia en met het fraaie gelijkspel van Anderlecht in Bilbao hopen we stiekem om er ook volgende ronde nog met 1 of 2 teams bij te zijn. Anderlecht speelde vorige week erg volwassen in Baskenland en gaf blijk van veel zelfvertrouwen, “wat zou er dan vanavond in eigen huis kunnen misgaan”, denken we hardop wanneer we om 17 uur in Antwerpen in de auto stappen richting Brussel. Tja, wat kan er zowel misgaan wanneer de UEFA een wedstrijd plant om 19 uur, het aan het regenen is en je midden in het spitsuur met auto van de grootste stad van Vlaanderen naar de hoofdstad van Europa moet bollen? File natuurlijk!
Wanneer we om 18 uur nog staan aan te schuiven om de Brusselse ring op te kunnen, begint het ons al een klein beetje te dagen dat we de aftrap van de wedstrijd waarschijnlijk niet zullen halen. Het radionieuws bericht van een 100-tal arrestaties in de aanloop naar de wedstrijd. De heenwedstrijd een week geleden in Bilbao eindigde in een ware veldslag naast en zelfs op het veld. Het Anderlecht-legioen zou die avond bekogeld, bespuwd en zelfs beplast zijn geweest door een aantal Baskische heethoofden in het vak boven de bezoekers. Ieder zijn versie maar aanleiding van dit alles was naar verluidt het massaal aanheffen van de hit “Eviva Espãna” door onze landgenoten toen de thuissupporters hun Baskische vlaggen ontrolden. Athletic Club de Bilbao werd opgericht in 1898 en mag bestempeld worden als “extreem Baskisch”. De club die momenteel 7e staat in de primera división trekt enkel Baskische spelers aan of spelers met Baskische roots. Voor migrantenkinderen die opgroeiden in de Spaanse deelstaat wordt nog wel eens een uitzondering gemaakt maar spelers van buitenaf die hopen op een transfer richting San Mamés kunnen hun droom beter meteen opbergen. Net als CF Barcelona en Real Madrid spelen de Basken sinds de oprichting van de primera división in 1928 onafgebroken op het hoogste niveau. Dit leverde 8 landstitels op en maar liefst 24 keer de Copa del Rey! In het droomseizoen 1983-84 lukte Bilbao zelfs de dubbel, en dat in een competitie met de sterkste teams ter wereld!
Het is vanavond niet de eerste keer dat de Basken ons land aandoen. Antwerp, Beveren, Club Luik, Standard, noem een Belgische club met een Europees verleden en de kans is groot dat ze ooit tegen Bilbao in de wei moest. Standard slikte op eigen veld niet zo lang geleden zelfs 7 doelpunten van de Spanjaarden maar de meest wrange nasmaak hebben ze waarschijnlijk in Molenbeek: in 1977 liepen de Brusselaars nipt de finale van de UEFA Cup mis na een 1-1 in eigen huis en een brilscore op San Mamés.

Terwijl we nagelbijtend ons lot op de Brussels ring ondergaan, voorspelt de GPS ons een steeds later uur van aankomst. We hebben medelijden met de mensen op een Limburgse supportersbus die voortdurend naast of vlak achter ons hangt in de file en hopen op een extreem lange studieronde van de spelers op het veld. Het radiojournaal van 19 uur herhaalt de berichtgeving omtrent de 100 arrestaties en wanneer er tijdens het sportgedeelte voor de eerste keer wordt overgeschakeld naar het Constant Vanden Stockstadion vloeken we hardop. De Anderlecht 11 hebben de koe meteen bij de hoorns gevat en de nog steeds maar 16-jarige Romelu Lukaku heeft al na enkele minuten het doel gevonden. Uit duizenden kelen horen we “Eviva España” klinken waarvoor de Anderlecht aanhang door de radiojournalist wordt veroordeeld. Onterecht, zo vinden wij. Wanneer we om 19.30 u eindelijk het stadion betreden, hebben we ook al het tweede doelpunt gemist. Alweer Lukaku zou met een voorzet aan de basis hebben gelegen van een Baskisch eigendoelpunt. We zijn overigens niet de enigen die met vertraging in Anderlecht aankomen. Overal rondom het stadion zien we mensen hollen die waarschijnlijk veel geld betaald hebben maar vanavond slechts één uurtje voetbal zullen te zien krijgen.

Wanneer we onze plaatsen hebben ingenomen zien we Anderlecht nog een kwartiertje de wedstrijd controleren richting halftime. Onze frustratie is groot bij het besef dat de 2 gemiste doelpunten aan onze kant zijn gevallen. Tijdens de rust nuttigen we ons voorgerecht want vanavond zijn we niet enkel uitgenodigd voor het voetbal maar ook voor een natje en een droogje. De menukaart is erg Spaans getint voor deze wedstrijd tegen Bilbao. Ik vraag me af wat de chef de volgende ronde zal verzinnen wanneer de tegenstander uit Nederland of Duitsland komt. Broodje kroket of Sauerkraut mit Wurst?
De formule van “spijs en spel” werd meer dan 25 jaar geleden door RSC Anderlecht in ons land geïntroduceerd. Na de eerste renovatiefase in 1983 van het in 1917 gebouwde Emile Verséstadion beschikte de club als één van de eerste in Europa over VIP-plaatsen achter glas. Het concept sloeg aan en na het beëindigen van de laatste renovatiefase in 1989 beschikten alle 4 de tribunes, het ganse veld rondom, over een achterglas gedeelte. Het stadion was toen al omgedoopt in “Constant Vanden Stockstadion” naar de toenmalige voorzitter. Het volledig dichtgebouwde stadion is opgebouwd uit 2 ringen met daartussen het VIP-gedeelte met business seats, loges, lounges en restaurants. De capaciteit van het stadion voor wedstrijden in de nationale competitie ligt om en bij de 28.000. Omdat internationaal de staanplaatsen achter doel worden omgevormd tot zitplaatsen, is de capaciteit in Europa League en Champions League veel lager, zeker als er zoals vandaag een veiligheidszone wordt gecreëerd rondom de bezoekende eregasten. De plannen voor een derde ring hebben lange tijd tegenwind gekregen van het Anderlechtse gemeentebestuur maar enkele weken geleden maakte de club wereldkundig tóch werk te zullen maken van de levensnoodzakelijke derde ring. Deze zou de totale capaciteit van het vernieuwde Constant Vanden Stockstadion moeten optrekken naar 30.000 zitplaatsen.

We zitten net op tijd terug in onze bioscoopstoelen wanneer na 4 minuten spelen in de tweede helft de Hongaar Juhasz een vrije trap van Legaer voorbije doelman Iraizoiz kopt. Het stadion gaat volledig uit de bol bij deze geruststellende 3-0 en haast iedere thuissupporter brult uit volle borst “Eviva España” mee. Telkens het treiterlied wordt aangeheven zorgt dit voor de nodige beweging in het volle uitvak. Maar op het tonen van de Baskische vlag na en het schreeuwen van enkele voor ons onverstaanbare leuzen gebeurt er niets. De fans van Bilbao lijken zich te hebben verzoend met de nakende uitschakeling, net als hun helden op het veld. Bij de 4-0 gaan niet enkel de fans op de tribunes maar ook die in de VIP-ruimten en waarschijnlijk met hen tienduizenden kijkers thuis uit het dak. Het is dan ook een beauty, de streep die Jonathan Legaer in de kruising trekt na breed leggen van Boussoufa. De euforie is groot en de wave die door het stadion trekt wordt enkel gebroken door de roodwitte golfbreker achter het doel van Iraizoiz. Het Astridpark swingt, ik wist niet dat het hier zo leuk kon zijn. Eigenlijk zijn de laatste 20 minuten één grote ereronde. Nadat bij 3-0 Lukaku reeds een applausvervanging heeft gekregen krijgt 10 minuten voor tijd ook Legaer zijn verdiende applaus. Eigenlijk verdient vanavond elke Anderlecht-speler een individuele lofbetuiging. Zo redeneert ook het Bilbao-vak dat na het laatste fluitsignaal de mauves trakteert op een staande ovatie. Een sportief gebaar waarop ik niet had gerekend gezien de spanningen tussen beide supportersclans.

Na de wedstrijd schuiven we aan voor het buffet. Ik vind het redelijk laat om nog zwaar te tafelen en beperk mij tot één bordje. Het dessert laat ik aan me voorbijgaan. Na het eten zien we op de televisie in de lounge één verdieping lager hoe de Standard-spelers juichend van het veld stappen in Salzburg. Wanneer we rond middernacht het stadion verlaten, getuigen enkel nog de bergen plasticbekertjes in de goot van het grote volksfeest dat hier de voorbije uren heeft plaatsgehad. Een overijverige cafébediende komt naar me toe gelopen en vraagt me in het Frans waarom ik een foto maak van zijn café. Ik leg hem uit dat de foto’s bestemd zijn voor publicatie op een nostalgische voetbalsite. Wanneer ik rond half twee onder de lakens kruip denk ik met veel nostalgie terug aan mijn prille jaren als voetbalfan toen Europese krachttoeren van teams als THOR Waterschei, SV Waregem, Club Luik, Royal Antwerp FC en andere Club Brugges haast jaarlijkse kost waren.
Bronnen:
“Anderlecht Uniek”. GULDEMONT Henry, Roularta Books
“Constant Vanden Stock: Eén leven, twee carrières”. CAMPS Hugo, Kritak/Thomas Rap
“Europese Voetbalstadions”. HEATLEY Michael, Atrium
Sport/Voetbalmagazine, Special Competitie 2009/2010. Jg. 9 Nr. 31 29/07/2009
“Carnaval in het Astridpark”. TUYLS Steven in Gazet van Antwerpen, 26/02/2010
|