Het
had slecht kunnen uitpakken voor onze Diabolitos en laten
we eerlijk zijn: het was allemaal de schuld van die ene man
in het zwart.
Er waren nochtans al voortekenen dat de heer Craig Thomson
niet helemaal klaar was voor de van hem verwachte taak. Zo
sprak hij voor de match Tom De Mul al aan met de legendarische
woorden “but you can call me yours” en bleek het
officiële plaatje van de UEFA op zijn borstzak vervangen
te zijn door het logo van Glenfiddich.
De Belgen die kwa bizarre en surrealistische mensen toch
al wat gewend zijn, fronsten even de wenkbrauwen maar gingen
toch gewoon door met hun voorbereiding. Zelfs toen vanuit
de kleedkamer van de scheidsrechter luidkeels “My Love
She's But A Lassie Yet” weergalmde bleven de jonge duivels
stoicijns verder gaan met hun voorbereiding.
Op één of andere manier en na een intermezzo
in de toiletten (“aye lads I would not go in there fer
a couple of hours”) kwam Thomson dan toch het plein
opgelopen met de beide ploegen. Bijna toch, want 4de scheidrechter
Nijhuis kon nog net op tijd ingrijpen en erop wijzen dat zakflacons
ook voor scheidsrechters verboden waren.
Gelukkig verliep het gedeelte met de voorstelling van de ploegen
en de volksliederen zonder al te veel incidenten al was er
wel dat kleine moment waar Thomson het Israelische volkslied
probeerde mee te boeren.
Het mag dan ook een wonder heten dat Thomson de match zelfs
nog maar op gang kreeg gefloten kreeg. Jammer genoeg werd
het al snel pijnlijk duidelijk dat het spel volgen in zijn
toestand moeilijk ging worden, dus floot hij maar telkens
als de bal iets te ver weg was van hem zodat hij op zijn gemak
terug naar daar kon wandelen.
Gevolg was wel dat het spel om de 34 seconden stil lag en
dat zelfs dan de fysiek sterke Belgen te snel voor hem gingen
zijn.
No problem, ik sluit gewoon de eerste de beste uit moet hij
gedacht hebben en nadat Fellaini een tegenstander uit de weg
ging kreeg de grote Belg dan ook een tweede gele kaart.
Craig begon nu pas echt op dreef te komen en zwaaide met geel
naar alles wat al te snel bewoog. Het lukte hem zo om toch
nog de rust te halen.
Na een kwartier rust moest Nijhuis hem onder luidkeels protest
uit de kantine sleuren om ook nog een tweede helft te laten
fluiten. Misschien niet zo’n goed idee, want hij bleef
het Israelische wonderkind Sahar consequent en giechelend
Sahara noemen en verwees naar de Belgische doelman als “That
blond poofter”.
Nadat Nijhuis hem, slim, nog eens volledig fouilleerde en
drie minibar flesjes J&Bs uit zijn sokken haalde en een
dozijn likeurpralines uit zijn borstzak, kon de match dan
toch herbeginnen.
Maar het tempo bleef te hoog en dus bleef hij fouten fluiten
en met kaarten zwaaien.
Vooral die donkere jongen met de vreemde naam op rechts bleef
maar rennen en wederom besloot Thomson in te grijpen. Vanden
Borre maakte een lichte fout en Craigy-boy toonde de verbouwereerde
Ket achtereenvolgens een gele kaart, een rode kaart, een verlopen
tramkaartje, een businesskaartje van de pink pussycat, een
gehandtekend paniniplaatje van Ally McCoist, een lidmaatschapkaart
van de AA, zijn boardingkaart van BMI, een ticket voor de
finale dat op onverklaarbare wijze tijdens de rust in zijn
kleedkamer was beland en dan na enig twijfelen en een spelletje
van ieny-mieny-mo toch opnieuw een gele kaart.
De Israeli’s hadden het ondertussen begrepen en liepen
bijna geen meter meer en op die manier kon Mirallas dan toch
nog de 0-1 binnentrappen.
Voor Thomson het sein om het plein te verlaten en nadat hij
met zachte hand terug naar de middenstip werd geduwd bleef
hij precies daar staan om het laatste kwartier te fluiten
en na het laatste fluitsignaal terug naar zijn kleedkamer
te waggelen omdaar het bewustzijn te verliezen.
Gevraagd naar een reactie de volgende ochtend antwoorde hij
: “I did what ????

Bartender?
I have another order here! |