Torten
Goetinck is één van de eerste grote figuren
uit het Belgische voetbal en het eerste clubicoon van Club
Brugge (toen nog FC Brugeois).
Hij speelde maar liefst 27 seizoenen in het eerste elftal
van Brugge. Van zijn debuut als 15-jarige in 1901 tot zijn
laatste seizoen in 1928.
Zijn debuut had hij vooral te danken aan het feit dat Brugge
met spelersproblemen kampte. Elf spelers waren na het seizoen
1900-1901 gestopt en door een actie van Carlos Strubbe, die
zowel speler van Cercle als Club was, waren er ook intern
problemen, deze hadden ondermeer geleid tot een forfait tegen
Beerschot toen een aantal van de Brugge spelers niet kwam
opdagen.
Goetinck en andere talentvolle jongeren zoals Cambier en Paternoster
werden voor de leeuwen gegooid en na een moeilijke beginperiode
zouden ze dit vertrouwen niet beschamen.

Goetinck en Cambier: de sterren van het elftal
De Brugse hinde werd hij genoemd. Zijn snelheid (hij was
militair kampioen op de 100 en 200 meter) en sierlijkheid
alsmede zijn perfecte tweevoetigheid maakte hem één
van de beste buitenspelers in het vooroorlogse België.
Door zijn acties, de goals van Robert De Veen en de briljante
Charles Cambier werd Brugge drie maal vicekampioen in de jaren
voor wereldoorlog I.
Ook bij de nationale ploeg had hij zijn plaats. Zo was hij
één van de originele “Diables Rouges”.
Het team dat in 1906 in en tegen Nederland een 2-0 achterstand
in een 2-3 winst wist om te buigen.
Omdat er slechts 2 tot 3 interlands per jaar werden gespeeld,
speelde hij slechts 17 maal voor de nationale ploeg.
Het kampioenenelftal
van FC Brugge met Goetinck gehurkt uiterst links. Daarnaast
hetnationale team dat de bijnaam "de rode duivels"
verdiende. Goetinck staat uiterst rechts met de kenmerkende
"Cap".
Tijdens de oorlog speelde Goetinck bij de “Front Wanderers”
een ploeg van Belgische voetballers van verscheidene clubs
die exhibitiematchen speelden in Frankrijk, Engeland en Italië.
Het was een prima ploeg en daar werd ook de basis gelegd voor
de ploeg die in 1920 Olympisch goud zou winnen.
Het eerste seizoen na de oorlog was meteen een succes: FC
Brugge werd voor de eerste maal in zijn bestaan kampioen voor
gereputeerde clubs als Union en Daring.
De jaren daarna werden echter Daring, Beerschot en Union kampioen
en mede door financieel wanbeleid zakte FC Brugge dieper en
dieper weg.
Het seizoen 1927-1928 werd hen noodlottig. Goetinck die eigenlijk
het seizoen ervoor al gestopt was, werd terug bij de ploeg
gehaald maar ook hij en opkomend talent Louis Versyp konden
niet meer verhinderen dat Brugge 12de werd en degradatieduels
moest spelen.
Zowel RC Mechelen, Racing Brussel als Daring Brussel bleken
echter te sterk en Brugge zakte voor de eerste keer naar de
eerste divisie.

Goetinck als trainer van Brugge
Het einde van Goetinck zijn voetbalcarriere betekende niet
het einde van zijn carriere in het voetbal. Hij had nog maar
net zijn schoenen aan de haak gehangen of hij werd door de
voetbalbond al aangezocht om assistent te worden van nationaal
selectieheer Victor Loewenfeld. 2 jaar later was hij zelf
de selectieheer en begeleide de duivels naar en op het eerste
WK in Uruguay.
Ook bij Club Brugge was hij actief in het selectiecommité
en uiteindelijk het bestuur.
Daarnaast hield hij zich nog bezig met journalistiek en het
schrijven van artikels en uiteindelijk een boek, voetbalanecdoten,
over zijn belevenissen in het voetbal.
Hector Goetinck stierf op 25 juni 1943 nadat een Duitse bom
zijn hotelletje in Heist had geraakt.
|