Supporters
van Sporting Lokeren hadden eind jaren zeventig, begin jaren
tachtig genoeg spelers waarvoor men naar het stadion kwam:
de twee briljante Polen Lubanski en Lato, de Deense aanvaller
Preben Elkjaer Larsen, de jonge Arnor Gudjohnson ...
Maar geen van deze spelers had zo'n ongelooflijke staat van
dienst als Bouke “Bob” Hoogenboom.
De Nederlandse keeper speelde 14 seizoenen en 449 matchen
( een record) voor de Oost-vlamingen en beleefde alle Europese
en binnenlandse successen mee.
Nochtans zag het er in 1973 niet zo goed uit.
Bij Ajax was Bouke door blessures en de zware concurrentie
maar met moeite van de bank geraakt. Hij had er dan wel ettelijke
kampioenentitels meegemaakt maar veel plezier hield hij er
niet aan over.
Het noopte Hoogenboom tot een besluit:. Misschien was profvoetbal
wel niets voor hem. Hij zette een stap terug en ging bij zijn
oude club De Spartaan spelen.
En Bouke herleefde, hij liet zien waarom hij naar ajax was
gegaan en bereikte zelfs het Nederlands amateur-elftal.
Maar Ajax was hem ondertussen liever kwijt dan rijk en liet
hem voor een schamele 3000 NLG - 55,000 BEF vertrekken naar
Lokeren dat net naar de Belgische eerste klasse was gepromoveerd.
Een vertrek dat Hoogenboom altijd zwaar op de maag is blijven
liggen.
Maar uiteindelijk bleek het een prima keuze voor de geboren
Amsterdammer. Lokeren draaide meteen mee in de subtop en de
Nederlander blonk uit.

Hoogenboom
grijpt in voor Jan Ceulemans gevaarlijk kan zijn en daarnaast,
in zijn typische stijl, voor Ronny Martens gevaarlijk kan
zijn.
Met zijn typische snor, schitterende reddingen en prettig
gestoord gedrag won hij al snel de harten van de Lokerenaren.
Hij was niet de grootste, 1 meter 80, of de sterkste maar
hij had geen angst en was, zoals elke goede doelman, een beetje
gek. Het ging bovendien hard met Sporting Lokeren, ze nestelden
zich in de top van de Eerste klasse en speelden Europees.
Maar het zou niet altijd van een leien dakje gaan.
Na de succesvolle jaren waarin ondermeer Real Sociedad en
Nantes Europees werden verslagen, is er veel belangstelling
voor de sterspelers van Lokeren, in 1983 verlaten Lato, Lubanski
en Snelders de club, in 1984 Larsen, Gudjohnson, en Dobias.
De kern wordt wel aangevuld met jonge talenten zoals Swat
Van Der Elst maar het gebrek aan ervaring en het kwaliteitsverlies
doen Lokeren terugglijden van de top naar de donkere middenmoot.
Hoogenboom ziet dit met lede ogen aan en in een interview
met Sport 80 maakt hij de grond gelijk met toenmalig trainer
Dimi Davidovic.
Het wordt een ware machtsstrijd tussen Hoogenboom, die zich
gesteund weet door het bestuur, en Davidovic, die gesteund
wordt door de spelersgroep die zelfs een petitie laten rondgaan
om Hoogenboom te verwijderen.
Tegen alle verwachtingen in is het de trainer die moet buigen.
Davidovic wordt ontslagen en Aimé Antheunis mag overnemen.
De volgende jaren blijven relatief (hoewel, met Hoogenboom
is alles relatief) rustig en in het seizoen 86-87 weet Lokeren
nog eens te stunten.
De spelersgroep met talenten zoals de gebroeders Versavel,
Stephen Keshi en Kari Ukkonen legt beslag op de 4de plaats
in de competitie.
Het seizoen 87-88 draait echter uit op een sof en Lokeren
kan zich met een 16de plaats maar nauwelijks redden.
Hoogenboom besluit een stap terug te zetten en vertrekt naar
RC Heirnis Gent.

Lokeren
in het seizoen 78-79 met Hoogenboom als derde van links geflankeerd
door Elkjaer Larsen (links) en Lubanski (rechts)
In Lokeren zijn ze Bouke niet vergeten, hij werd er tot beste
keeper ooit verkozen en heeft nog steeds het record van 449
competitiematchen in handen.
14 seizoenen,
449 matchen, de beste Lokerse doelman ooit.
|