Een
man apart, zo typeert Gilles Van Binst de te vroeg overleden
Wilfried Puis.
Iemand ook, die geen makkelijke jeugd had gehad.
Hij werd lang opgevoed door zijn grootouders; zijn vader heeft
hij nooit gekend en zijn stiefvader toonde pas interesse toen
bleek dat Wilfried goed genoeg kon voetballen om een bron
van inkomsten te zijn.
Het maakte van de Puzze een persoon die moeilijk te doorgronden
was.
De jonge Puis bij
Anderlecht en de Puzze in zijn nadagen bij Lokeren.
Puis was introvert.
Hij voelde zich thuis in de schaduw: Bij Van Himst op het
veld en bij Laurent Verbiest naast het veld. Verbiest was
het seizoen voor Puis naar Anderlecht ging van AS Oostende
naar de hoofdstad gekomen en had de tengere en bedeesde tiener
onder zijn hoede genomen. Een mooi koppel: de struise Verbiest
en de tengere Puis. Een koppel ook dat te vroeg uit mekaar
werd gerukt toen Verbiest op 26-jarige leeftijd verongelukte
in Oostende.
“Ik weet niet hoe ik het zonder Verbiest zou hebben
gerooid” liet Puis later eens optekenen.
Puis was een grappenmaker.
Naast de Puzze stond hij ook bekend als Chang bij zijn ploeggenoten,
een bijnaam die een ander facet van zijn persoonlijkheid belichtte.
Als Puis moest lachen kneep hij zijn ogen dicht tot spleetjes
en dat was het sein voor zijn ploegmaats om op hun hoede te
zijn want Puis lachtte graag en veel. Als er wat werd uitgevreten
dan was Chang doorgaans niet ver uit de buurt: voetbalstreken,
ingesmeerde deurklinken, fotos uitdelen van lichaamsdelen
die doorgaans beter bedekt bleven enzovoort.
Puis was loyaal maar kon ook koppig zijn.
Toen zijn stiefvader zijn veto stelde tegen zijn huwelijk
trok Puis met zijn aanstaande bruid naar het Schotse Gretna
Green en trouwde daar. Een verhaal dat zelfs de internationale
sensatiepers haalde.
En toen Paul Van Himst na het WK 1970 bedolven werd onder
de kritiek en niet meer voor de Rode Duivels wou uitkomen
trok ook Puis zich terug.
De "Beweging",
buitenom langs de verdediger en dan de strakke voorzet naar
Van Himst of Mulder.
Maar Puis was bovenal een schitterende voetballer. Zijn lijn
afgaan, de schijnbeweging naar binnen om dan bliksemsnel buitenom
te gaan en wederom een strakke voorzet met een buitenaardse
precisie tot bij Van Himst of Mulder te brengen. Een dodelijke
1-2 combinatie die tot ver buiten de landsgrenzen bewondererd
werd.
Beter dan Coen Moulijn en de evenknie van “Paco”
Gento: dat was de mening van de internationale voetbalkenner.
Hij heeft een hand als linkervoet, zo vatte een verliezende
trainer het ooit samen.
Puis blufte vaak dat hij op zijn twaalfde al technisch volmaakt
was, of dat waar is kan je betwijfelen maar op zijn 18de kwam
Anderlecht hem al wegplukken bij VG Oostende en op zijn 21st
had hij al de gouden schoen gewonnen.
Met zijn Paars-Wit behaalde Puis 6 kampioenschappen en één
beker alvorens in 1971 naar Club Brugge te verkassen: Brugge
ontving Puis en Velkeneers, Anderlecht ontving Rensenbrink.
Met de blauw-zwarten werd Puis vice-kampioen maar een aanval
van geelzucht zorgde ervoor dat hij nooit zijn normale niveau
haalde en Club liet hem na amper één seizoen
al vertrekken naar tweedeklasser Lokeren.
Het had het einde van een indrukwekkende carriere kunnen zijn
maar onder trainer en voormalige ploeggenoot Jef Jurion herleefde
de winger. Met hem werd Lokeren kampioen in tweede en hij
speelde zo goed dat hij op 32-jarige leeftijd nog éénmaal
werd opgeroepen voor de nationale ploeg en zo zijn 49ste cap
kon veroveren.

Naast een goede
voorzet had Puis ook een verwoestend schot.
Amper 6 jaar later zou de Puzze er niet meer zijn. Na een
slepende ziekte, één die hij voor de buitenwereld
geheim had gehouden, overleed hij op 21 oktober 1981.
Bronnen:
De Goden van Anderlecht, Frank Buyse & Henry Guldemont,
Roularta Books.
Top 100 van het Belgisch voetbal, Walter Pauli & Jan
Wouters, De Sportboekerij
50 jaar de gouden schoen, Rudi Nuyens, Uitgeverij Van Halewijck
100 jaar Anderlecht, Stefan Van Loock, Uitgeverij Van Halewijck
|