
Racing
Club Brussel wordt in 1894 te Koekelberg opgericht als onderdeel
van de reeds bestaande atletiekclub (vandaar de benaming “
Racing”) waarvan het ook zijn clubkleuren overnam (zwart-wit).
Omdat de Belgische voetbalbond nog niet bestond speelden
ze de eerste maanden op het terrein in Koekelberg tegen andere
Brusselse clubs: Leopold Club, Sporting Brussel en de Brussels
Football Association.
In 1895 werd de Belgische Bond opgericht en werd ook het
eerste Belgische Kampioenschap georganiseerd.
Racing nam natuurlijk deel aan dit eerste Belgische kampioenschap
en eindigde met 12 punten als 4de van de 7 deelnemende clubs.
Club Luik won het kampioenschap met Antwerp als tweede en
de rivalen van Sporting Club Brussel op de derde plaats.
Racing had ondertussen zijn thuishaven in Koekelberg verlaten
en speelde zijn thuismatchen in de wielerbaan van Longchamps
te Ukkel waar men meer publiek kon ontvangen.
Het kende in het tweede kampioenschap wel succes: FC Luik
moest zich tevreden stellen met een tweede plaats en de Brusselaars
konden hun eerste landstitel vieren.

De eerste kampioenenploeg
van Racing Brussel: 1896-1897
FC Luik pakte de twee daaropvolgende jaren opnieuw de landstitel
maar daarna waren het opnieuw de hoofdstedelingen die de lijst
aanvoerden: van 1899 tot 1903 wonnen ze telkens de titel.
In 1902 verhuisde de Brusselaars naar hun eerste echte stadion:
Le Vivier d'oie of de Ganzenvijver en de club zou niet de
club van de rijken zijn als ze niet iets speciaals deden.
In plaats van de gebruikelijke houten tribunes werd er in
Ukkel een betonnen tribune neergepoot, op dat moment een unicum
in België.
In dit stadion werd ook de eerste officiële interland
op het vasteland gespeeld en een vol stadion zag België
en Frankrijk 3-3 gelijkspelen.
Racing Brussel's architecturele prestaties mochten dan wel
tot de verbeelding spreken, sportief vielen ze echter langzaam
terug. In 1903 mochten ze dan nog wel de titel vieren maar
de opkomst van twee andere grote ploegen, Union St Gilloise
en FC Brugeois bleef niet zonder gevolgen.
In 1903-1904 versloeg Union, Racing, FC Brugeois en Léopold
Club in de “Tour Final” ( het Belgische kampioenschap
was tot dan opgedeeld in twee regios om op reiskosten te besparen
en de 4 beste clubs van de regios speelden deze eindronde.)
En ook de samengevoegde competities van 1905 tot 1907 werden
door Union gewonnen.
In het daaropvolgende seizoen 1907-1908 wist Racing nog éénmaal
terug te slaan en wonnen ze hun laatste kampioenschap.
Racing bleef tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog
een sterke ploeg maar wist, buiten de eerste bekercompetitie
in 1912, geen ereprijzen meer te behalen.

De laatste
kampioenenploeg : Racing Brussel1907-1908
Na de wapenstilstand werden in 1919 de nationale competities
hervat en het verzwakte Racing viel langzaam maar zeker terug.
In 1925 degradeerde het voor de eerste maal naar de “promotie”
afdeling, al zou het daar slechts 1 seizoen verblijven en
weer promoveren naar de net hernoemde Division D'Honneur.
Het behaalde daar goede resultaten met een 3de plaats in 1927
en een 4de plaats in 1928 maar moest met lede ogen aanzien
hoe andere clubs hun leidende rol overnamen.
Met name de Antwerpse ploegen Beerschot en Antwerp traden
op de voorgrond samen met het Brugse Cercle en Standard de
Liège.
In 1930 degradeerde Racing opnieuw en dit maal duurde het
twee seizoenen voor het zwart-witte Racing shirt weer op het
hoogste niveau terug te vinden was.
Kort daarop degradeerden ze echter opnieuw en in de jaren
tot Wereldoorlog II zouden de hoofdstedelingen heen en weer
pendelen tussen de Eredivisie en de promotie-afdelingen.

4 Spelers uit het
seizoen 1938-1939
Ditmaal leek de oorlog echter een positief gevolg te hebben.
Niet alleen vierde de club, met vertraging, in 1946 zijn 50ste
verjaardag, ze leken ook opnieuw een vaste waarde in de subtop
van de hoogste klasse te worden.
Grootste plannen werden gesmeed en er werd beslist om het
kleine Vivier d'oie te verlaten en in Watermaal-Bosvoorde
een nieuw stadion te bouwen.
Dat de ambitie van de club groot was kon je afleiden uit de
plannen, het Drie Linden Stadion (Stade des Trois Tilleuls)
dat in 1948 werd geopend kon meer dan 40,000 mensen ontvangen.
Het Drie Linden
Stadion in aanbouw
Het bleek echter al snel dat het de figuurlijke brug te
ver was. Buiten de openingswedstrijd tegen de toenmalige topclub
Torino liep het stadion slechts uiterst zelden vol en ook
de sportieve prestaties bleven uit.
In 1952 zakten ze opnieuw naar de tweede klasse en in 1954,
na slechts 6 jaar, werden ze gedwongen het stadion te verlaten
omdat ze de aflossingen aan de gemeente niet meer konden betalen.
Het fiere Racing moest gaan aankloppen bij de stad Brussel
om een nieuwe standplaats te vinden en werden, o ironie, een
nog groter stadion toegewezen: de Heysel.
Hier voetbalde het anoniem en voor lege banken en zakte zelfs
terug naar de derde klasse.
Even keerde ze nog terug naar de tweede klasse maar een verloren
test match tegen White Star bezegelde het lot van de club.
Ze zakten opnieuw naar derde en kozen na twee miserabele seizoenen
in 1963 voor een fusie met ... White Star.
De naam Racing bleef nog geruime tijd in het voetbal aanwezig
met Racing White Star en RWDM (Racing White Daring Molenbeek)
maar verdween uiteindelijk in 2003 met het faillisement van
RWDM.
Het stamnummer 6 bestaat echter nog steeds en wel door een
typisch Belgische oplossing: Racing CB wijzigde zijn naam
naar Royal FC La Rhodienne en hield stamnummer 6, op 21 juni
1963. De dag daarop wijzigde de andere, kleinere club, K.
Sport St-Genesius-Rode (stamnummer 1274), zijn naam naar Royal
Racing Club de Bruxelles. En nogmaals daarop werd Royal FC
La Rhodienne (stamnummer 6) tot K. Sport St-Genesius-Rode
hernoemd, deze club was zodoende enkel op papier de voortzetting
van Racing Club. Hoewel de ploeg en de mensen achter het oude
Racing CB zo in naam konden fusioneren met White Star tot
Racing White, deden ze dit dus onder het stamnummer 1274.
Het kleinere clubje Sport St-Genesius-Rode ging in de plaats
van Racing CB spelen onder het stamnummer 6 met z'n rijke
geschiedenis.
Palmares van Racing Club Brussel
6 x Belgisch Kampioen: 1896-1897, 1899-1900, 1900-1901, 1901-1902,
1902-1903, 1907-1908.
1 keer winnaar van de Belgische beker: 1911-1912
|