Ernst Happel-Stadion, Wien-Leopoldstadt, Oostenrijk

geplaatst in: Buitenland, Stadiums | 0

UEFA *****
Gebouwd: 1928-1931
Architect: Otto Ernst Schweizer (D)
Capaciteit: 53.000
Opening: 11/07/1931

Internationale finales:
– finale EC 1 1964: Internazionale – Real Madrid 3-1
– finale EC 2 1970: Manchester City – Gornik Zabrze 2-1
– finale EC 1 1987: FC Porto – FC Bayern München 2-1
– finale EC 1 1990: AC Milan – SL Benfica 1-0
– finale UEFA Cup 1994 (heen): SV Casino Salzburg – Internazionale 0-1
– finale CL 1995: AFC Ajax – AC Milan 1-0
– EK 2008: 7 wedstrijden waaronder finale Spanje – Duitsland 1-0

Andere “historische” wedstrijden:
-13/09/1931 Oostenrijk – Duitsland 5-0 (1e interland in Prater)
-03/04/1938 Oostenrijk – Duitsland 2-0 (het beruchte “Anschluss-Spiel”)
-14/11/1956 SK Rapid Wien – Real Madrid 3-1 (1e wedstrijd bij kunstlicht in Prater)
-01/10/1958 Wiener Sportclub – FC Juventus 7-0 (zwaarste Europese nederlaag Juventus ooit)
-29/10/1986 Oostenrijk – West-Duitsland 4-1 (heropening stadion)
-19/10/2006 FK Austria Wien – SV Zulte Waregem 1-4 (de avond dat Tim Matthys zijn duivels ontbond)
Andere noemenswaardige evenementen:
– Eucharistieviering Paus Johannes-Paulus II in 1983 voor 72.000 mensen
– Tal van sportevenementen: atletiek, Davis Cup tennis, Speedway, wielrennen, boksen,
veldhandbal…
– Pop- en rockconcerten van o.a. David Bowie, Michael Jackson, Guns ‘n’ Roses, Bruce
Springsteen, Robbie Williams, Dire Straits, U2, Roling Stones, AC/DC…

Het stadion waar Spanje zich in de zomer van 2008 tot Europees kampioen voetbal kroonde kent een lange geschiedenis. De eerste steenlegging van het stadion op 12 november 1928 geschiedde symbolisch op de 10e verjaardag van de eerste Oostenrijkse Republiek. Een kleine 3 jaar later, op 11 juli 1931 werd het stadion ingehuldigd.

Het Weense stadsbestuur gaf de Duitse architect Otto Ernst Schweizer opdracht tot de bouw van een omnisportstadion. Schweizer, een specialist in betonbouw, had eerder het sportstadion in het Duitse Nuerenburg ontworpen. Zijn bouwsels kenmerkten zich in rechtlijnigheid en functionaliteit.

Bij de opening in 1931 kon het volledig onoverdekte stadion 60.000 toeschouwers ontvangen. De tribunes telden in die periode amper 9.000 zitplaatsen. In de buik van het stadion werden 2 sporthallen ingericht. Voor de pers werden 1 radiocabine en 5 telefooncellen voorzien, ruim voldoende in de vroege jaren ‘30. Naast het stadion verrees een zwembad met springtoren en tribunes goed voor 4.000 toeschouwers. De tribunes van de eveneens nieuw aangelegde renbaan boden plek aan 10.000 mensen.

Zijn meest zwarte periode kende het stadion na de “Anschluss” van Oostenrijk bij Nazi-Duitsland in 1938. Het stadion werd een kazerne van de Wehrmacht en later een verzamelplaats voor te deporteren joden. Een aantal van deze joodse burgers zou door de nazi’s in het kader van hun “rassenleer” onderworpen worden aan onmenselijke proeven.
Op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het stadion getroffen door geallieerde bombardementen.

Tussen de oorlogspuinen vonden 55.000 toeschouwers op 6 december 1945 opnieuw de weg naar het Praterpark. Frankrijk ging in de eerste na-oorlogse interland van de Oostenrijkers met 4-1 voor de bijl. Het zou nog 4 jaar duren eer het stadion opnieuw volledig toegankelijk zou zijn. Na de bouw van een extra ring door architect Theodor Schöll in 1956, telde het nog steeds onoverdekte stadion 90.000 plaatsen. Na het ombouwen tot zitplaatsen werd de maximumcapaciteit gereduceerd tot 72.000.

Buiten een aantal aanpassingen voor radio en tv, een elektronisch scorebord en een nieuwe lichtinstallatie veranderde er in de jaren ’60 en ’70 van vorige eeuw weinig aan het stadion. Toen het bouwwerk begin jaren ’80 een halve eeuw oud werd stelde zich de vraag wat te doen met het verouderde complex: afbraak of volledige renovatie? Er werd uiteindelijk voor de tweede optie gekozen. Het betonskelet van het stadion werd volledig vernieuwd en de tribunes kregen nieuwe zitjes. De nieuwe kantoren van de Oostenrijkse voetbalbond “ÖFB” in het stadion werden door het grote publiek helaas niet gesmaakt. Wel geslaagd was de overkapping van de tribunes van architecten Erich Frantl en Robert Sturmberger. Een zelfdragend dak steunend op de structuren van het stadion. De Oostenrijkse nationale 11 huldigden het vernieuwde stadion op 29 oktober 1986 op gepaste wijze in door vice-wereldkampioen en aartsrivaal West-Duitsland met een beschamende 4-1 huiswaarts te sturen.

De voorlopig laatste facelift kreeg het stadion naar aanleiding van het EK 2008 dat Oostenrijk als gastland samen met Zwitserland organiseerde. Door 7 zitrijen voor de onderste rij te plaatsen werd de capaciteit opgetrokken naar ongeveer 53.000. Het terrein werd eindelijk voorzien van veldverwarming en dankzij de installatie van videowalls en elektronische toegangspoorten werd het stadion volledig “EK-fähig” gemaakt. Het totale kostenplaatje van 37 miljoen euro was inclusief de inrichting van een mediacenter.Tijdens de EK eindronde in 2008 werden 7 wedstrijden in het stadion gespeeld waaronder de 3 poulewedstrijden van de Oostenrijkers en de finale tussen Spanje en Duitsland.

Zijn huidige naam, “Ernst Happel-Stadion”, kreeg de thuishaven van de Oostenrijkse nationale ploeg op 22 april 1993. Tot die dag luisterde het stadion naar de naam “Praterstadion” naar het gelijknamige park waarin het gelegen is. Ernst Happel, die een half jaar eerder was overleden, was ongetwijfeld de grootste voetbaltrainer die het land ooit heeft gekend. Ernst Happel was een gevierd voetballer bij Rapid Wien en haalde als speler met de Oostenrijkse nationale ploeg de bronzen medaille op het WK van 1954. Als trainer in o.a. Oostenrijk, Duitsland, België en Nederland behaalde hij maar liefst 18 landstitels. Zowel met Feyenoord in 1970 als met HSV in 1983 veroverde hij de Europese Beker der Landskampioenen. Met Club Brugge greep hij in 1978 op Wembley net naast die trofee. Hoewel hij met Oranje in 1978 “slechts” vice-wereldkampioen werd, werd hij in eigen land bedacht met de bijnaam “Wödmasta” (Weltmeister). Happel werd ook beroemd omwille van z’n taalgebruik. Oostenrijks journalist Heinz Prüller omschreef het taaltje als “Benelux-Kauderwelsch” (koeterwaals). Zo had Happel het in Duitse interviews steevast over “Spielers” in plaats van “Spieler”.
Oostenrijks grootste trainer ooit overleed op 14 november 1992 na een slepende ziekte. Hij werd net geen 67. Het voetbalbeest bleef in dienst van de ÖFB tot het bittere einde.

Bronnen:

Das grosse Buch der österreichischen Fussballstadien. TRÖSCHER Andreas, MARSCHIK Matthias, SCHUTZ Edgar. Verlag die Werkstatt.

“Prater Stadion, Utopie in Beton”. HACHLEITNER Bernhard, in “Wo die Wuchtel fliegt: legendäre Orte des Wiener Fussballs.”. Löcker Verlag.