De Ganzenvijver en het Drie Linden Stadion, Brussel

geplaatst in: Brussel, Stadiums | 0

Het is soms makkelijk om te vergeten hoe mooi Brussel kan zijn. Het is een gedachte die bij me opkomt als ik door het Ter Kamerenbos rijd. Wie Brussel enkel ziet als een grijze, lelijke stad moet hier wat meer tijd doorbrengen. Het is een prachtige natuurlijke omgeving die je doet vergeten dat er een grootstad om de hoek ligt.
Ik ben in Brussel om twee stadions te bekijken, het ene is praktisch verdwenen en het andere heeft bij stadionliefhebbers een bijna mythische weerklank. Het zijn de twee stadions van de vergane glorie Racing Club Brussel: De Ganzenvijver (Vivier d’oie) en het Drie Linden Stadion (Stade des Trois Tilleuls).

Mijn eerste stop is de Ganzenvijver. Racing verhuisde in 1902 naar deze locatie nadat ze eerst op Koekelberg en daarna op de wielerbaan van Longchamps hun thuiswedstrijden afwerkten.
Het eerste stadion van Racing Club Brussel was hier in wat nu een dure wijk in Ukkel is geworden.
Van het stadion zelf schiet enkel nog de voor die tijd uitzondelijke betonnen tribune voor 1500 toeschouwers over, nu nog de oudste nog bestaande tribune van België.
Het voetbalveld is vervangen door een hockeyveld, de staanplaatsen door tennisvelden en toch adem je hier nog de sfeer van de grote dagen in, van de toegangspoort aan de Avenue de Racing tot de prachtige details in de gerestaureerde tribune. Hier speelden vroeger mannen met snorren tegen roemruchtige verdwenen clubs zoals Daring Brussel en Léopold Club.
Hier beleefden ze hun hoogste triomfen en hier begon, helaas, ook hun terugval.

De Ganzenvijver was ook het toneel van de eerste officiële interland op het continent en een vol huis zag België en Frankrijk 3-3 gelijkspelen.

Wanneer ik terug naar mijn auto wandel, langs de terreinen waar de Brusselse bourgeoisie in smetteloze witte pakjes tennist, ontwaar ik nog een gedenksteen voor Joseph Devos. Ik heb geen idee wat de brave man gedaan heeft maar het roept wederom beelden op van een groot verleden.

 

Vanuit Ukkel rij ik richting Watermaal-Bosvoorde waar het Drie Linden Stadion zich bevindt.
Brussel heeft meerdere schitterende stadions gekend maar dit stadion heeft voor mij iets mystieks.
Het Crossingstadion is schitterend maar totaal verwaarloosd en het stadion van Union heeft een prachtige geklasseerde voorgevel maar het Drie Linden stadion blijft iets apart.
Het megalomane bouwwerk is niet alleen nooit volledig afgewerkt, het luidde ook het einde in van Racing Club Brussel.

Het Drie Linden Stadion is genoemd naar de drie linden die iets verder op een rond punt stonden. Heden ten dage staan er slechts twee lindebomen meer maar het blijft een prachtige naam.
Toen het stadion werd gebouwd was de omgeving nog wijd open maar tegenwoordig ligt het in een mooie woonwijk. Je zou zelfs niet vermoeden dat er hier een stadion met meer dan 40,000 staanplaatsen ligt.

Dat verandert wanneer je via één van de kleine poortjes het trapje naar het stadion toe beklimt.
Plots doemt voor je de hoofdtribune op en sta je bovenaan een gigantische betonnen kuip.

Het is moeilijk om te bevatten dat een relatief kleine ploeg dacht dat ze dit stadion ooit zouden laten vollopen.
Eénmaal wist de club dit toch te doen: tijdens de inwijdingswedstrijd tegen Torino.
Maar daarna bleef het publiek weg en bleven ook de sportieve prestaties uit en in 1954 al, na slechts 6 jaar, zag Racing zich door betalingsproblemen genoodzaakt om het stadion te verlaten en over te laten aan de gemeente.
Het stadion wordt nu nog gebruikt door de Racing atletiekclub en de provincialer Racing Boisfort.

Bronnen:

Ons land op voetbalschoenen. Joris Jacobs, Ben Vandoorne en Leo Verhoeven

Histoire Du Football en Belgique et au Congo Belge. Victor Boin