Manhattan Lady Jaspers – Canisius Golden Griffins

geplaatst in: 2009, Groundhop | 0

 

Gaelic Park, Bronx, New York

Bezocht op 04/09/2009
NCAA Division I, MAAC: Manhattan Lady Jaspers – Canisius Golden Griffins 1-1
Toeschouwers:+/- 30

Mijn tweede trip naar New York is op voetbalgebied een ontgoocheling. Normaal gezien hadden de Red Bulls al in de gloednieuwe Red Bull Arena moeten zitten maar de gebruikelijke problemen hebben ervoor gezorgd dat het project al minstens een jaar achterstand heeft opgelopen. Omdat ook de minor leagues en de city leagues afgelopen zijn zal ik me dus op de NCAA moeten richten.

Ik had voor mijn vlucht drie matchen aangestipt maar al snel blijkt dat ik een keuze zal moeten maken tussen de twee matchen die ik op de eerste dag had voorzien. Na niet eens zo lang wikken en wegen kies ik voor de Ierse optie: Manhattan College speelt namelijk in Gaelic Park en dat zou ook gebruikt worden voor hurling en Gaelic Football. De match die ik met rood had omcirkeld, de derby tussen de Rutgers Scarlet Knights en St Johns Red Storm mannenteams die later die week zou plaatsvinden, werd uiteindelijk afgelast omwille van het stormweer.

Gaelic Park ligt in Riverdale, een buurt in de Bronx en een uitzondering in die borough want Riverdale is nog een overwegend blanke buurt met veel Ieren en Joden. De eerste tekenen van sport op deze plaats kwamen in 1926 toen de toenmalige GAA hier een hurling veld installeerde. Na het faillissement van de GAA nam de stad het terrein over en in 1941 werden de terreinen verhuurd aan John O’Donnell die er als goede Ier een pub en een danshal naast bouwde. Het terrein groeide zo uit tot een Iers centrum van spel en traditionele muziek, al zouden in de jaren 70 ook groepen als Deep Purple en The Grateful Dead hier concerten spelen.

In 1991 nam het plaatselijke Manhattan College zijn intrek in het stadion en renoveerde het. Manhattan College installeerde astroturf en verlichting maar behield wel de overwegend Ierse vibe door de naam te behouden en het veld nog steeds uit te lenen aan de New York GAA.

De metrorit van Port Authority naar Riverdale is er een die goed aangeeft hoe divers deze stad wel is: je gaat onder Broadway naar Central Park met zijn dure flats en komt in het verpauperde Harlem boven de grond en passeert dan de rijkere buurt waar de Columbia University zich gevestigd heeft. Van daaruit gaat het verder door de arme grafitti-rijke gebouwen van de Bronx tot de rustige rijkere wijken van Riverdale. New York is boven alles een stad van tegenstellingen.

De Big Apple is ook een stad van herkenning: je kan er geen steen gooien of hij raakt wel een plaats die bekend is uit de literatuur of film/tv. Zo ook mijn metrostop: 242nd st/Van Cortlandt Park is de stop die protagonist Holden Caulfield aandoet in J.D. Salinger’s meesterwerk “Catcher in the rye” en achteraf leer ik dat ook het hoofdpersonage uit Kerouac’s “On the road” dit mooie stationnetje aandoet.

Riverdale mag dan wel een rustige, onbekende buurt zijn aan het uiteinde van de stad New York, aan bekende (ex-)inwoners hebben ze geen gebrek: ondermeer John F. Kennedy, Mark Twain en Ella Fitzgerald woonden hier en honkballegende Willie Mays en 30 Rock acteur Tracy Morgan wonen er nog steeds.Maar ik ben hier niet voor hen en na een korte wandeling van twee blocks kom ik aan bij mijn doel: de buitenmuren van Gaelic Park.

Er zit niemand bij de kassa en nadat ik een minuutje of 5 heb gewacht en ik al een 5-tal mensen heb doorgelaten besluit ik ook maar om gewoon door te lopen. De binnenkant van het stadion is een opeenhoping van kleine bouwwerkjes waar de kleedkamers, kantine en kantoortjes zijn gevestigd en één lange metalen tribune over de lengte van het veld. Aan de andere kant van het veld staan de omroepbox, de spelersbanken en het scorebord.

Ik ben ruim 20 minuten te vroeg en neem nog even door wat ik al thuis had opgezocht. Manhattan College is een katholieke universiteit die in 1853 werd gesticht en met ongeveer 3.000 studenten niet bepaald een grootmacht is. De meest bekende alumni is waarschijnlijk schrijver James Patterson. Het vrouwenvoetbalteam van de universiteit zijn de Lady Jaspers. Broeder Jasper was in de late jaren 1800 een bekende sportprefect op de school en is volgens de legende de uitvinder van de 7th inning stretch, een ietwat bizarre honkbaltraditie waar fans (en vroeger ook bankzitters) in het midden van de 7de inning rechtstaan om de benen wat te strekken en eventueel wat extra versnaperingen te halen. De Lady Jaspers spelen in de MAAC (Metro Atlantic Athletic Conference) van de NCAA maar wisten daar (mede door de aanwezigheid van grootmacht Loyola) nog geen potten te breken.

Canisius College is een katholieke universiteit uit Buffalo, New York en werd in 1870 gesticht door Duitse Jezuïeten en draagt de naam van Petrus Canisius, een Nederlandse priester die belangrijk was in de contrareformatie. De bijnaam van de sportteams zijn de Golden Griffins al worden de damesteams ook wel de Lady Griffs genoemd. Net zoals hun tegenstanders hebben ook de Lady Griffs in de MAAC nog geen divisietitel weten te bemachtigen.

De match begint zoals gebruikelijk met het Amerikaanse volkslied en de ongeveer 30 toeschouwers zingen luidkeels mee. Voor een Belg blijft het iets onwezenlijk hebben. Al snel nadat de match op gang wordt gefloten is het duidelijk dat de Lady Griffs een veel sterker team hebben dan de thuisploeg. Vooral aanvalster Sylvia Kowalski zaait met haar raids vaak paniek in de verdediging van de Lady Jaspers en na een half uur van bijna constante druk en kleine kansen kan ze profiteren van een goede voorzet en trapt ze de bezoekers verdiend op voorsprong. Kowalski scoort daarmee haar elfde goal van het seizoen en is nu de topschutter van de MAAC. Dat Canisius en Kowalski voor de rust die voorsprong niet verder kunnen uitdiepen heeft Manhattan vooral te danken aan de twee centrale verdedigsters Amanda Fisher en Jill Beauchamp die overal hun voet of hoofd nog tegen weten te zetten want buiten enkele prikjes zijn de Jaspers aanvallend onmondig.

Cheerleader entertainment hoef je niet te verwachten tijdens een vrouwenvoetbalwedstrijd maar ik maak tijdens de rust wel kennis met iets wat een jaar later de hele wereld zal vervloeken: één van de supporters heeft een vuvuzela weten te bemachtigen en na drie stoten kan ik maar net de neiging onderdrukken om het ding popeyegewijs rond zijn nek te draaien. Ik ben blijkbaar niet de enige want vanuit de commentaarbox komt het dringende verzoek ermee op te houden of de persoon wordt het stadion uitgezet.

De tweede helft begint met hetzelfde spelbeeld als de eerste: Canisius drukt maar scoort niet en Manhattan probeert bij wijlen er snel uit te breken. In de 54ste minuut rukt bij zo’n tegenaanval Kristin Spiros mee op naar de goal en kan ze haar hoofd tegen een voorzet van Courtney McMahon zetten. De bal lijkt een makkelijke prooi voor Griffs doelvrouw Daniella Pettinari maar wijkt af een mede-Lady Griff en ploft zo achter Pettinari in het net. 1-1 en verbijstering bij zowel de speelsters als de trainingsstaf van Canisius. De zenuwen nemen nu de overhand want bij winst zou Canisius de leidersplaats in de MAAC nemen en dat zorgt niet bepaald voor goede beslissingen: Sylvia Kowalski wordt vooruit gestuurd en de Golden Griffins beginnen lange ballen in haar richting te versturen. Kowalski doet wat ze kan maar tegen de grotere en sterkere centrale verdedigsters van Manhattan College is het praktisch onmogelijk om een kopbalduel te winnen en de groene Lady Jaspers verdediging speelt nu in een zetel. Er wordt niet meer gescoord in de reguliere speeltijd en ook in de dubbele verlenging weet Canisius, met Kowalski weer gevaarlijk want iets teruggeschoven, niet meer te scoren.

De Lady Griffs druipen ontgoocheld af maar zouden later op het seizoen wel de halve finales van het MAAC tornooi halen. De Lady Jaspers konden zich niet plaatsen voor dat tornooi dat, niet toevallig, weer werd gewonnen door Loyola.

Terwijl de voetbalsters naar de douches vertrekken zijn een grote groep mannen met hurlingspullen gearriveerd en waan ik me plots terug in Ierland: hier geen Amerikaanse accenten meer: het typische binnenmondse Ierse accent neemt de overhand en ik hoor zowaar wat Gaelic. Ik kijk nog even naar hun match maar aangezien de meesten van hen zowel in jaren als in kilos hun beste periode hebben gehad besluit ik na een goede 20 minuten toch maar te vertrekken.

De man aan de uitgang zegt Slán en zonder na te denken antwoord ik Slán terug. Het levert me een goedkeurende knik op die me moet denken aan een citaat uit “Catcher in the rye”: “Catholics are always trying to find out if you’re Catholic.”

Bronnen:

www.wikipedia.org

www.gojaspers.com

www.gogriffs.com

www.maacsports.com